Essay over de kletstaal van Twitter in NRC Handelsblad 5.03.11
DE KLETSENDE KLASSE IS NIET ENG
De Librairie des Beaux Arts, ingeklemd tussen kleding- en kebabzaakjes in het centrum van Algiers, is een boekhandeltje met geschiedenis. Albert Camus schreef hier ooit aan zijn roman De Vreemdeling. In de jaren’50, tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd, was het winkeltje een verzetshaard. En in de jaren ’90 trotseerde het de culturele kaalslag van de islamisten.
Twee jaar geleden dreigde de boekhandel te verdwijnen. Het gerucht ging dat er een fastfoodzaakje voor in de plaats zou komen.
Op Facebook ontstond toen de actiegroep ‘Contre la fermeture de la libraire des Beaux-Arts à Alger’. Daar meldden zich al snel ruim 1700 sympathisanten, waaronder veel jonge Algerijnen, die op het prikbord van de Facebookpagina hun adhesiebetuigingen krabbelden. Dat ging soms in het spontane knoeischrift van het internet.
Bijvoorbeeld: “Nonnnnnnnnnnnnnnnnnn je ne veux pas qu’lis ferment!”.
Of: “En: “plzzzzzzzzzzz arrettttezzzz le massacre”.
En ook: “un nouveau MCdo ou un fashion k k a la place!! pouuuurquoiiiii!!!!”
Het Frans is een taal die gemaakt is voor het oog, is weleens gezegd, maar dit schrift leek eerder een bijtend zuur voor het netvlies, zoveel spelfouten, zoveel uitroeptekens, zoveel Engels, zoveel onnozel hoofdlettergebruik - zo’n groot contrast, kortom, met het doel van dit geklieder: het behoud van fijnbesnaarde literatuur.
Dat doel werd bereikt. Toen ik Algiers ruim een jaar geleden bezocht, was het winkeltje gewoon open. Dat voelde voor de Facebookers ongetwijfeld als een triomf, al valt het oorzakelijk verband tussen het behoud van de winkel en de Facebook-actie moeilijk te bewijzen, net zoals het niet eenvoudig is om hard te maken dat Mubarak is opgestapt vanwege de revolutionaire wind van de social media. Maar toch, chapeau voor de knoeischrijvers.
Het gekke is: bij ons, in het Westen, klonk de laatste jaren juist veel kritiek op dezelfde social media. De informaticus Jaron Lanier, bijvoorbeeld, schreef in zijn pamflet ´Digitaal Maoïsme’ (2006) dat die media onze vrijheid beknotten. De Amerikaanse sociologe Sherry Turkle houdt ons in haar boek ‘Alone Together’ (2011) voor dat Facebook ons eerder eenzaam maakt dan sociaal. En de Britse schrijver Zadie Smith schreef onlangs in deze krant dat de “Facebookgeneratie” zichzelf tekort deed met dit soort software. “Moeten we niet tegen Facebook vechten?”.
Gevangenis. Eenzaamheid. Maoïsme – als dat allemaal waar is, hadden die dictators het internet misschien beter aan kunnen laten. Of hebben wij in het Westen, vanuit onze bevoorrechte posities, een scherper oog voor de schaduwzijden dan die overenthousiaste revolutionairen? Weten wij iets dat zij nog niet weten?
De kritiek op de nieuwe media komt in verschillende varianten, maar de gemene deler is het verwijt van oppervlakkigheid: oppervlakkigheid van menselijke relaties, van maatschappelijke betrokkenheid, van ideeën, van communicatie en van taal.
Dat verwijt lijkt steekhoudend als je kijkt naar de lange lijst van social media-incidenten de afgelopen maanden in Nederland plaatsvonden. Bij ons stapten er geen dictators op, maar werd de districtschef van de politie Zuidwest Drenthe ontheven uit haar functie na het publiceren van een foutieve tweet; werd een 17-jarige gymnasiaste geschorst nadat ze voor de lol via Twitter een bomaanslag had aangekondigd; werd een blogger en universiteitsmedewerker door de Vrije Universiteit op zijn vingers getikt vanwege een zogenaamde dreigtweet en moest een journalist toegeven dat hij onterecht getwitterd had dat Mubarak dood was. De lijst slachtoffers van de digitale revolutie valt nog uit te breiden.
Die nieuwe media vormen in ons land niet bepaald een chambre de réflexion, zou je zeggen, maar zorgen eerder voor chaos en rumoer. Dat dacht ik zelf, in elk geval, maar ik heb me bedacht. Misschien is juist het verwijt van oppervlakkigheid oppervlakkig en zijn die social media een omgekeerde trompe-l’oeil, die platheid suggereert terwijl er juist sprake is van diepte. Dat effect is het meest helder te illustreren aan de hand van de veranderingen in ons taalgebruik.
Want als er inderdaad een revolutie gaande is, dan heeft die te maken met veranderingen in onze taalcultuur. De sociale mediarevolutie was een schriftelijke revolutie. Ongeveer 5500 jaar geleden vond de mens dat schrift uit en die techniek zou van grotere invloed op onze samenleving zijn dan de vondst van het wiel of de penicilline. Dankzij het schrift konden we gedachten vastleggen en vervolgens verplaatsen door ruimte en tijd. We veranderden van een mondelinge cultuur naar een schriftelijke.
Er was vanaf het begin een kloof tussen spreek- en schrijftaal: het schrift gebruikten we om in te denken en de schrijftaal kreeg iets sacraals, al was het maar omdat schrijven duur was en alleen toegankelijk voor de elite. Die verering hield stand toen we via papyrus en perkament overstapten naar veel goedkopere media, zelfs toen de drukpers het lezen en schrijven democratiseerde. Het schrift bleef onze denktool, we dachten na voordat we iets opschreven en als we schreven, deden we dat eerbiedig. Op straat zeiden we “doei”, maar op papier “met de meeste hoogachting”.
En nu? Door de digitale revolutie is schrijven en publiceren gratis. Dat heeft de ruimte vrij gemaakt voor een vorm van schrijven zonder nadenken. Live schrijven. Live publiceren. Eerst was er een orale cultuur, toen een schriftcultuur, en nu hebben we een kruising tussen die twee: we kletsen weer zoals vroeger, spontaan, ongekunsteld, ongeremd – maar dan zwart op wit. Dat is wennen, want niet alle ogen zijn al gewend aan deze kruising tussen het triviale en het sacrale, tussen het vluchtige en het eeuwige.
Zeker niet de ogen van de schrijver Zadie Smith. In haar essay over Facebook vertelt ze bijna met afschuw hoe de Britse jeugd op internet rouwregisters tekent. Niet met “mijn oprechte condoleances”, maar met “Sorry babes! Missin’ you! Hopin’ u iz with the Angles. I remember the jokes we used to have LOL! PEACE XXXXX”. Smith vergeeft het de jongeren: ze kennen geen betere taal, het is de teloorgang van het onderwijs.
De technologiejournalist Alexis Madrigal kwam met een andere, meer logische verklaring voor de krabbeltaal. In een reactie op het stuk van Smith schrijft hij dat die moderne condoleances juist een voorbeeld van ongekunstelde emotie, van spontaniteit. Hoe vreemd zou het klinken als die kinderen versleten formules zouden gebruiken als “gecondoleerd”? Madrigal vermoedt dat Smith, juist omdat ze uit de letteren afkomstig is, extra allergisch is voor slecht geformuleerd Engels.
Die weerzin, die reflex, overkomt niet alleen schrijvers, maar waarschijnlijk iedereen die ooit correct heeft leren spellen. Een spelfout is een moddervlek. Op school leerden we niet voor niets dat slordig schrijven een teken is van slordig denkwerk. Een spelfout op het etiket van een blik erwtensoep zegt iets over de kwaliteit van de soep zelf. We hebben leren lezen met de ogen van een Schriftgeleerde.
De taalkundige Joop van der Horst, auteur van het geruststellende boek Het einde van de standaardtaal, beschrijft ergens hoe oudere generaties aanleerden om elke tekst serieus te benaderen: “Geen enkele tekst wordt beschouwd als wegwerpartikel […] En tekst is altijd meer dan een tekst; het is een misdadiger, een partijgenoot een vriend of een gek; Gods woord of opium voor het volk, maar nooit niets.”
Die attitude krijg je er niet zomaar uit. En wie met zo’n blik de online kletspraat leest, stuit op problemen. Wie valt hier iets te verwijten: zij die onnadenkend dingen online zetten of zij die al deze teksten te letterlijk nemen; de schrijvers of de lezers? En valt hier iets te verwijten, of ligt de oorzaak bij de nieuwigheid van het fenomeen kletstekst?
Dat knoeischrift is in elk geval veel natuurlijker dan de oude schrijftaal. De taalkundige Marc van Oostendorp schreef dat al in 2003, toen er nog nauwelijks social media waren, maar al wel werd gesms-t. “Eeuwenlang hebben de mensen zich laten inperken door het ongemak van de drukpers en de handgeschreven brief. Eeuwenlang hebben ze zich door die technologie verwrongen en onlogische ideeën over wat taal is laten opdringen.” Juist dat
“eindeloos te kwetteren over niks”, zoals vogels in de tuin, is de kern van taal.
Het punt is alleen dat dit gekwetter tegenwoordig wordt geregistreerd. Bij het sms-en zorgde dit al voor allerlei interpretatieproblemen – maar die bleven meestal in huiselijke kring. Twitter is een vorm van publiekelijk sms-en en de interpretatieproblemen zijn navenant: politiechefs moeten weg, bloggers en scholieren worden gearresteerd. Om wat?
Ga met een geluidsrecorder naar een kroeg, kantine, huiskamer, voetbalveld. Neem alles op wat er wordt gezegd. Type dat alles vervolgens uit. En lees dan terug wat er staat: een brei van onzin, roddel, smalltalk, diepzinnigheden, woede, gefluister, gevloek. Dat is wat de social media in feite doen: geroezemoes registreren, stemmetjes op schrift zetten.
En dat gekletst staat daar dan ook nog eens contextloos. De argeloze lezer, die de schrijver niet persoonlijk kent, kan er zomaar conclusies aan verbinden, “want het stáát er toch, letterlijk?” Maar letterlijk zegt zo weinig over de betekenis. Het is vaker gezegd: type een conference van Toon Hermans letterlijk uit, en je snapt niet waarom de mensen om hem moesten lachen. De communicatie zat niet in het letterlijke, maar in… nou ja, in Toon zelf. Op Twitter mist zo’n Toon.
Dat zie je misschien wel het meest helder aan de doodsbedreigingen die de laatste tijd populair zijn op internet. Het wemelt van de doodsverwensingen en er bestaat zelfs een site die alle haattaal inventariseert en publiceert. Een willekeurige greep uit vele tientallen (de taal kan als schokkend worden ervaren):
- Rosaria jij rotte indo kut met je stink hoofd! Kzweeer ik maak je dood met mn banana’s jij! Ksta al klaar buite
- Jonge beter fok je op met je kk rode vuurtoren hoofd voordat ik jou hoofd kk blauw maak door je kk dood te slaan kk rotkop tssss
- Ik zweer het er gaan messen in mensen hun ruggen belanden ben lauw aan het worden pfffff kk kk kk dikke wijf gaat dood
Dit gebrek aan politesse zou je kunnen zien als een teken dat het slecht gaat met ons land, of op zijn minst met een deel van onze jeugd; de beerput wordt zichtbaar. Je zou ook kunnen concluderen dat de communicatie in ons land schreeuweriger is geworden of dat er een opstand der horken plaatsvindt, ongeveer zoals Yves Desmet afgelopen week in De Morgen schreef over ons land: “een vulgair scheldland […], waar alles wat gezegd kan worden, ook maar meteen gezegd moet worden, waar verkeerd begrepen assertiviteit en hufterigheid het hebben overgenomen van beschaafdheid en beleefdheid.”
Maar wat je níet kunt concluderen is dat er in ons land de daad bij het woord wordt gevoegd. Gelukkig niet, anders zouden er meer doden vallen.
Dat is meteen het geruststellende van die tientallen doodsbedreigingen: veel geblaf, weinig gebijt. Internet is kennelijk een krappaal, die voorkomt dat de bank aan gort gaat. “Ga eens dood” is inmiddels al bijna teder bedoelt en het klimaat lijkt een stuk schreeuweriger dan het in werkelijkheid is.
Toen de drukpers werd uitgevonden, werd die door geestelijken betiteld als duivels, want de pers drukte immers alle teksten klakkeloos, als het maar geld opleverde. Zo werd rommel en ruis verspreid. Vandaar de uitspraak ‘’meretrix est stempificata’ – de drukpers is een hoer. Misschien wás dat in de begintijd ook zo, maar wie zich verkeek op die vertekende output, miste de pointe van de revolutie die zich aan het voltrekken was.
Zou zoiets ook kunnen gebeuren met de social media en de elite? Behoorlijk wat schrijvers zijn actief op Facebook, maar op Twitter slechts weinigen, althans met veel volgers. Misschien komt het door de generatiekloof (de gemiddelde Nederlandse twitteraar is 26 jaar; slechts 2 procent vijftig plusser, volgens cijfers van bureau Twirus met een foutmarge van 5 procent). Of door het rusteloze karakter, de ondraaglijke lichtheid en de lage signaal-ruis verhouding. Maar het erbarmelijke taalgebruik de reden is, zou dat een misverstand zijn.
In 140 tekens past inderdaad nauwelijks diepgang, maar het is ruim voldoende om naar diepgang te verwijzen. Dat weten bijvoorbeeld de volgers van Bas Heijne, een van de weinige Nederlandse schrijvers met een schare lezers op Twitter. Zijn artikelen worden driftig doorgestuurd, zoals vroeger krantenknipsels, alleen nu sneller en met honderden kopieën per klik. Zo’n linktip luidt bijvoorbeeld: “meest geRTde bericht afgelopen weken is ook ERRUGH goed geschreven..!”. En dan kun je doorklikken naar de lap tekst.
Eenzelfde soort misverstand verschuilt er in het fenomeen ´twitterature´, de rederijkerskunst die mooie dingen tracht te zeggen in 140 tekens. Dat kan wel, en het levert fraaie kunststukjes op. Maar de essentie van een tweet zit in het sociale, in het samenspel, de een-tweetjes, de subtiliteiten die verloren gaan zonder context en timing. Op een rijstkorrel kun je ook fraai kalligraferen, maar dat is niet waarom we houden van rijst.
Je zou de social mediarevolutie misschien kunnen zien als een hyperversie van de Renaissance, waarbij het individu nog meer centraal is komen te staan en nog meer mensen mogen meepraten. Er is nu geen zwijgende meerderheid meer, maar een kletsende massa. Wie mee wil doen, heeft alleen maar hider van de klassieke vaardigheden als foutloos spellen of lange zinnen formuleren. In dit nieuwe spel telt spontaniteit meer dan bedachtzaamheid en woordspel meer dan grammatica. Narcisme heet er zelfbewustzijn, onwetendheid onbevangenheid en oppervlakkigheid reactiesnelheid.
Han Han uit Shanghai is geboren in 1982 en is behalve rallycoureur, romanschrijver, tieneridool en oprichter van een literair tijdschrift, ook een fervent microblogger. Daarnaast heeft hij een gewoon blog, waarop hij af en toe langere essays post. Ik kan zijn berichtjes niet lezen; alleen een beetje reconstrueren via Google Translate (en af en toe verschijnt er een stukje in Engelse vertaling op de site hanhandigest.com). Hij heeft miljoenen lezers.
Op de dag dat de gevangen activist Liu Xiaobo bij verstek de Nobelprijs voor de Vrede kreeg – en de Chinese staat de berichtgeving daarover blokkeerde – plaatste Han Han op zijn blog dit bericht:
“ ”
Een spatie tussen twee aanhalingstekens. Een berichtje van niets. Letterlijk. Maar de goede verstaander ontging de timing niet: er volgden 28161 comments van reaguurders.
Gelukkig het land zonder troubles: in Nederland wordt vooral gekletst over The Voice of Holland. Wie zich echter blindstaart op de onnozelheid van dat kletsschrift, kan zomaar verzanden in een melancholisch soort klavecimbelhumanisme, dat weliswaar cool, calm and collected is, maar als uiterste consequenties heeft dat het ook stil raakt rond Liu Xiaobo en dat je in de Librairie des Beaux Arts alleen pizza calzone kunt kopen.
Et pouuuurquoiiiii!!!???
